Het afgelopen jaar bleek dat ING Bank – vaak via haar incassogemachtigde Vesting Finance – probeert om verjaarde vorderingen te incasseren bij consumenten. Daarbij vermeldt men niet dat de vordering verjaard is en dat ING Bank de vordering niet meer kan afdwingen.

Beleid ING Bank

Deze consumenten kregen jaren geleden een negatieve BKR-registratie, omdat zij de lening niet konden terugbetalen. Het is vaste jurisprudentie van de Geschillencommissie BKR dat de BKR-registratie van verjaarde vorderingen een einddatum moet krijgen die gelijk is aan het moment dat de vordering is verjaard. Vijf jaar na de einddatum wordt de negatieve registratie verwijderd. Hierover blogde ik al eerder.

In voorkomende gevallen doet de consument een beroep op verjaring en verzoekt ING Bank (of haar incassogemachtigde Vesting Finance) om de negatieve registratie te verwijderen of aan te passen. De ervaring leert dat ING Bank deze verzoeken standaard afwijst, zonder in te gaan op de aangevoerde inhoudelijke argumenten.

De consument kan vervolgens weinig anders dan de kwestie voor te leggen aan de rechter of aan de Geschillencommissie BKR.

Als de zaak vervolgens met vermelding van dezelfde argumenten wordt voorgelegd aan de Geschillencommissie BKR, dan is de reactie van ING Bank dat zij de negatieve registratie “om haar moverende redenen” heeft verwijderd.

Dit gebeurt geregeld en kennelijk is dit het beleid van ING Bank.

Proceskosten

In procedures bij de Geschillencommissie is het niet gebruikelijk dat de kosten van de gemachtigde worden vergoed. De hoofdregel is dat het BKR alleen de eigen bijdrage van € 50 terugbetaalt als de klacht slaagt. Slechts in bijzondere gevallen is dit anders.

De voorzitter van de Geschillencommissie meent dat sprake is van een bijzonder geval als gevolg van het handelen van ING Bank:

“In dit specifieke geval is de Voorzitter van oordeel dat sprake is van een bijzonder geval en dat het inschakelen van een advocaat kan worden aangemerkt als redelijke kosten. De deelnemer heeft in eerste instantie geweigerd de registratie te verwijderen terwijl de door betrokkene gebruikte argumentatie – zo heeft betrokkene onbetwist gesteld – niet afweek van de voor de procedure gebruikte argumenten.”

Hiermee krijgt ING Bank een tik op de vingers en moet zij een deel van de advocaatkosten vergoeden, omdat zij ten onrechte op een procedure heeft aangestuurd.

Eind goed al goed?

Helaas is het niet eind goed al goed. In plaats van dat ING Bank erkent dat ze fout zat – met als gevolg een nodeloze procedure en onnodige kosten voor de consument – en de proceskosten betaalt, verrekent ING Bank de proceskosten met de verjaarde niet meer afdwingbare vordering.

Het is nog maar de vraag of dit mogelijk is. Verrekening is namelijk niet toegestaan als sprake is van bewust toegebrachte schade. Het willens en wetens laten aankomen op een procedure en de negatieve registratie verwijderen in plaats van het voeren van verweer met als gevolg dat ING – bij wijze van uitzondering – in de proceskosten wordt veroordeeld, lijkt me een geval van opzettelijk toegebrachte schade.

Maar zelfs als verrekening juridisch mogelijk zou zijn, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dat ING Bank een slecht verliezer is en dit doet om de consument dwars te zitten. En de bedoeling van de Geschillencommissie (de tik op de vingers) wordt hiermee ondergraven. Waarin een grote bank klein kan zijn…

%d bloggers liken dit: