Een vonnis kan gezag van gewijsde hebben, maar ook kracht van gewijsde. Dit zijn twee verschillende begrippen die met elkaar samenhangen. In dit blog bespreek ik beide begrippen, maar de nadruk ligt op het gezag van gewijsde.

 

Wat is gezag van gewijsde?

Het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering verstaat onder gezag van gewijsde:

 

“Beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht.” [1]

 

Anders gezegd, het gaat om de bindende kracht van vonnissen uit een andere gerechtelijke procedure die partijen voerden. Uit dit wetsartikel volgen twee voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat het om dezelfde procespartijen moet gaan. De tweede voorwaarde is dat het vonnis in kracht van gewijsde is.

 

Dezelfde procespartijen

Er is alleen sprake van bindende kracht van een ouder vonnis als beide partijen ook bij die eerdere procedure procespartij waren.

Dit vereiste is opgenomen, omdat iemand niet kan worden gebonden aan de beslissing in een geding waarbij hij geen partij was. Die partij heeft immers niet kunnen reageren op de beweringen van de ander. Het beginsel van hoor en wederhoor is dan geschonden. Het beginsel van hoor en wederhoor is één van de grondbeginselen van het Nederlandse burgerlijk procesrecht.

 

Kracht van gewijsde

Kracht van gewijsde is de situatie dat tegen een vonnis geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. De gewone rechtsmiddelen zijn verzet, hoger beroep, revisie of cassatie. Het vonnis moet dus onaantastbaar zijn.

Uit het hiervoor geciteerde wetsartikel blijkt dat kracht van gewijsde een voorwaarde is voor gezag van gewijsde. Stel, een procespartij gaat in hoger beroep. Het vonnis waartegen dat hoger beroep is ingesteld, heeft dan geen kracht van gewijsde. En daarmee dus ook geen gezag van gewijsde.

 

Niet ambtshalve

De rechter mag niet uit zichzelf (ambtshalve) het gezag van gewijsde toepassen. Eén van de procespartijen moet een beroep doen op het gezag van gewijsde.[2]

 

Achterliggende gedachte

De achterliggende gedachte van gezag van gewijsde is, dat een geschilpunt dat door een rechter is beslecht en dat niet meer kan worden aangetast niet in een nieuwe procedure opnieuw betwist kan worden.

 

Uitzondering: kort geding

Een vonnis in kort geding kan wel kracht van gewijsde krijgen, maar geen gezag van gewijsde.

De rechter in kort geding kan namelijk alleen maar een voorlopig oordeel of een voorlopige beslissing geven. Partijen en de rechter zijn dus niet gebonden aan een in kracht van gewijsde gegaan kort geding vonnis.

 

=====

[1] Artikel 236 lid 1 Rv.

[2] Artikel 236 lid 3 Rv.