‘De advocaat wordt op zijn woord geloofd’, is een veelgebruikte uitdrukking. Betekent dit dat een advocaat altijd gelijk heeft? En wie heeft er gelijk als twee ruziënde procespartijen allebei een advocaat hebben?

 

Strekking

De strekking van de uitdrukking ‘een advocaat wordt op zijn woord geloofd’, is beperkt. Het geldt alleen in procedures bij de (burgerlijke, bestuurs- en straf-) rechter.[1] En dan enkel als het gaat om de vraag of de advocaat een volmacht heeft van zijn cliënt om in die procedure op te treden.

Dit betekent concreet dat een advocaat geen schriftelijke volmacht van zijn cliënt aan de rechter hoeft te geven, terwijl andere gemachtigden dat wel moeten doen. In procedures bij de kantonrechter geldt dat deurwaarders ook op hun woord worden geloofd.[2]

Het zegt dus niets over de juistheid van de stellingen die een advocaat inneemt in de procedure.

Ook advocaten gebruiken de uitdrukking soms verkeerd; zie voorbeeld 1 en voorbeeld 2.

 

Rol rechter

Dit betekent niet dat de rechter de advocaat nooit mag vragen om een schriftelijke volmacht te overleggen. De rechter moet dan wel een concrete aanwijzing hebben dat er mogelijk geen volmacht is.

Een voorbeeld: blijkt uit de processtukken dat eisers Janssens B.V. ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding ontbonden was, dan kan de B.V. de advocaat geen opdracht tot de procedure hebben gegeven.

Concludeert de rechter dat de advocaat geen volmacht heeft, dan kan dat de advocaat worden veroordeeld in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 245 Rv en heet een ‘eigen beursje’. Lees mijn blog Het eigen beursje voor advocaten nader bezien voor meer informatie over en voorbeelden over dit onderwerp.

 

Gedragsrecht

Begint een advocaat onbevoegd een procedure namens zijn cliënt, dan handelt die advocaat niet zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Dit betekent dat hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

In een tuchtzaak, die leidde tot de uitspraak van 20 maart 2017, oordeelde de Raad van Discipline dat dit een ernstig verwijt is. Omdat dit de eerste tuchtrechtelijke veroordeling van de advocaat was, kwam hij weg met een waarschuwing (de lichtste straf).

 

=====

[1] Artikel 80 lid 3 Rv (burgerlijke rechter), artikel 8:24 lid 3 Awb (bestuursrechter) en artikel 279 lid 1 Sv (strafrechter).

[2] Artikel 80 lid 3 Rv.