Vanaf deze week kunnen burgers via hun DigiD zelf een procedure aanhangig maken. Voordeel is dat burgers geen advocaat of jurist hoeven in te schakelen. Nadeel kan zijn dat men door het ontbreken van juridische kennis kansen laat liggen of zichzelf in de voet schiet. Het is mogelijk om je bij te laten staan door een jurist of advocaat.

In dit blog leg ik uit wat de eKantonrechter is en hoe de procedure werkt.

Wat is de eKantonrechter?

De eKantonrechter is een procedure bij de kantonrechter die – behalve de mondelinge behandeling – geheel digitaal verloopt. Het gaat om eenvoudige kantonzaken. De reden dat voor de kantonrechter is gekozen, is dat dan geen verplichte vertegenwoordiging door een advocaat nodig is.

Het is een verzoekschriftprocedure en dat betekent dat er geen dagvaarding hoeft te worden opgesteld. Je bent dus geen kosten kwijt aan een deurwaarder. Partijen kunnen gezamenlijk een verzoek indienen om hun geschil te laten beslechten door de eKantonrechter. De verweerder kan een tegenvordering indienen.

Geleidelijke invoering

Men heeft ervoor gekozen om de eKantonrechter gefaseerd open te stellen:

– oktober 2013: rechtsbijstandverzekeraars

– april 2014     : advocaten

– juni 2014      : burgers

– zomer 2014   : bedrijven

De procedure bij de eKantonrechter is op te splitsen in twee fases: de aanvraagfase en de inhoudelijke fase.

Aanvraagfase

De eKantonrechter beoordeelt aan de hand van een concept-aanvraag van verzoeker en verweerder of de zaak geschikt is. De kwestie mag niet al te ingewikkeld zijn en de kantonrechter moet bevoegd moet zijn. Dit laatste betekent, kort gezegd, dat het niet om een geldvordering van meer dan € 25.000 mag gaan, behalve als het een vordering uit arbeid, huur of huurkoop betreft. Verder zijn bepaalde vorderingen uitgesloten, zoals erfrechtelijke kwesties, zaken op het gebied van personen- en familierecht, curatele en bewind, pachtzaken en zaken waarbij je je eerst tot de Huurcommissie moet wenden.[1]

Inhoudelijke fase

Is de eKantonrechter van mening dat de zaak geschikt is, dan dienen partijen een verzoek in. Het verzoek bestaat, naast de bij de aanvraag ingediende gegevens, uit een aanvulling daarop en digitaal in te dienen bijlagen. Hierbij kan je denken aan een overeenkomst, algemene voorwaarden, facturen en tussen partijen gevoerde correspondentie. Ook moet de aanvrager ingaan op de in de aanvraagfase aangevoerde verweren en op de door tegenvordering van de verweerder (als die is toegelaten). De verzoeker moet griffierecht betalen.

De verweerder ontvangt vervolgens bericht dat het verzoek is ingediend. Ook hij kan zijn verweren aanvullen en zijn tegenvordering nader onderbouwen, onder andere door het uploaden van de stukken waarop hij zich beroept.

Tenzij beide partijen aangeven dat ze geen mondelinge behandeling wensen, volgt er een mondelinge behandeling. De dagen dat men verhinderd is, kan men opgeven bij het indienen van het verzoek en het verweer. De mondelinge behandeling vindt plaats bij de eKantonrechter te ’s-Hertogenbosch of die in Rotterdam. Een reden om af te zien van de mondelinge behandeling kan zijn dat beide partijen wonen/gevestigd zijn in Veendam en geen trek hebben in een reis naar ’s-Hertogenbosch voor een vordering van € 750.

Als er geen schikking wordt getroffen op de mondelinge behandeling, zal de eKantonrechter vonnis wijzen. Dit vonnis wordt in beginsel binnen acht weken na de indiening van het verzoek (het begin van de inhoudelijke fase) uitgesproken. Je hebt dus snel een vonnis en dat is een voordeel ten opzichte van de gewone procedure bij de kantonrechter.

Het vonnis wordt digitaal verstrekt. Voldoet je wederpartij niet aan het vonnis en wil je de deurwaarder inschakelen om bijvoorbeeld beslag te leggen, dan moet je een papieren afschrift van het vonnis (de grosse) vragen.

Voor- en nadelen

Naast de hiervoor genoemde voordelen (geen advocaat of jurist nodig (kosten) en binnen acht weken na indienen verzoek ontvang je het vonnis), kleven er enkele beperkingen aan deze digitale procedure. Het is van belang dat partijen zich bewust zijn van deze beperkingen.

De grootste beperking is dat partijen verplicht afzien van de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen. Voor geldvorderingen onder de € 1.750 maakt dat niet uit omdat hoger beroep sowieso niet mogelijk is (klik hier voor uitleg).

Een tweede beperking is dat de tegenvordering van verweerder betrekking moet hebben op het onderwerp van het oorspronkelijke beroep. In een normale procedure geldt dit vereiste niet. Het zou dus kunnen dat de aanvraag wordt toegelaten, maar de tegenvordering niet. Als verweerder moet je dan ofwel een nieuwe aanvraag indienen ofwel een gewone procedure beginnen.

Verdere beperkingen zijn dat:

–        beide partijen het moeten willen;

–        zittingen alleen plaatsvinden in Rotterdam en ’s-Hertogenbosch;

–        je recht misschien recht hebt op gefinancierde rechtsbijstand (“toevoeging”), maar dat kan je niet zelf aanvragen;

–        slechts twee (groepen) procespartijen: de aanvrager(s) en de verweerder(s). Belanghebbenden kunnen zich niet in de procedure mengen.

============

[1] De hele lijst met uitzonderingen staat vermeld in artikel 2.1.3.2 Procesreglement eKanton.