Iedere procespartij kan de eerste roldatum vervroegen, oftewel kan anticiperen (art. 126 Rv). Dit geldt in eerste aanleg en in hoger beroep. Een eerste roldatum naar een later tijdstip verzetten kan niet. Dat een gedaagde dit niet kan, is op zich logisch. Maar een eiser kan dit ook niet. En dat is raar.

Een eiser kan wel op lange termijn dagvaarden, maar kan – als de dagvaarding eenmaal is betekend – niet alsnog de datum van de eerste rolzitting verzetten naar een latere roldatum. Een enkele uitzondering om fouten te herstellen daargelaten. Soms is de oplossing om de dagvaarding niet aan te brengen en om opnieuw te dagvaarden. Maar dat is niet altijd een optie. Denk aan de termijn voor het instellen van de eis in hoofdzaak na conservatoir beslag en de appeltermijn.

Momenteel kan de oorspronkelijke roldatum alleen verzet worden als alle procespartijen daarmee akkoord gaan, de dagvaarding een gebrek heeft dat de nietigheid met zich meebrengt of een onjuiste vermelding van de naam van een procespartij of een onjuiste verschijningsdatum of -tijdstip. Deze gebreken kan eiser herstellen door het uitbrengen van een herstelexploot voor de eerste rolzitting (art. 120 lid 2 Rv). Met dit herstelexploot kan eiser gedaagde tegen een latere roldatum oproepen.

Een andere situatie waarin de oorspronkelijke roldatum wordt verzet, is als eiser nalaat de dagvaarding tijdig aan te brengen (en de gedaagde brengt de dagvaarding ook niet aan). In dat geval kan eiser dit herstellen door binnen twee weken na de oorspronkelijke roldatum een herstelexploot uit te brengen (art. 125 lid 5 Rv).

Het verzetten van de aangezegde roldatum wegens lopende onderhandelingen of omdat eiser in afwachting is van een opinie, wordt ontoelaatbaar geacht. Kleeft er geen gebrek aan de dagvaarding en wil eiser de in de dagvaarding aangezegde roldatum verzetten, dan moet hij ‘vergeten’ om de dagvaarding (tijdig) aan te brengen. Dan heeft eiser één kans om de zaak op een later tijdstip aan te brengen.

Waarom heeft eiser niet de mogelijkheid om de aangezegde roldatum te verzetten? Waarom moet eiser doen alsof hij is vergeten de dagvaarding aan te brengen? Het blijkt een kwestie te zijn van het afwegen van het belang van partijautonomie en het belang van de gedaagde om helderheid te hebben over wat eiser met de zaak aan wil. Door de aangezegde roldatum steeds te verschuiven, wordt dit onzeker. In hoger beroep zou dit extra fnuikend zijn vanwege de schorsende werking van het hoger beroep en omdat onzeker wordt of het vonnis in eerste aanleg kracht van gewijsde krijgt, aldus A-G Wesseling-Van Gent in 2000.1 Deze visie deel ik niet.

De redenen waarom het verlaten van de oorspronkelijke roldatum voorafgaand aan die roldatum niet mogelijk is, overtuigen niet anno 2023. Het argument van de schorsende werking lijkt me met de gebruikelijk standaard gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad niet meer houdbaar.

Het is niet uit te leggen dat op lange termijn dagvaarden wel mag en dat partijen kunnen anticiperen, maar dat dagvaarden op korte termijn en vervolgens de aangezegde roldatum verzetten niet mag.

Het huidige verbod is dus niet logisch en dat moet anders. Eiser moet de mogelijkheid krijgen om de aangezegde roldatum te verzetten naar een latere datum. De belangen van gedaagde komen niet in het gedrang, omdat gedaagde immers kan anticiperen en zodoende de verplaatste roldatum vervroegen als het hem te lang duurt. Bijkomend voordeel voor de Rechtspraak is dat de zaak voorlopig niet behandeld hoeft te worden. Met de huidige doorlooptijden en hoge werkdruk lijkt me dat een welkome bijkomstigheid.

Het beginsel van partijautonomie is zeer belangrijk in de rechtspraak. De partijautonomie kalft steeds verder af. Denk aan de maximale omvang van processtukken in hoger beroep (er gaan geruchten dat een dergelijke beperking ook in eerste aanleg gaat gelden) en de plannen die de rechter de mogelijkheid geven om een schikking aan partijen op te leggen.2

De partijautonomie moet voor wat betreft de aangezegde rolzitting worden uitgebreid. Eiser moet de eerste rolzitting kunnen verzetten bij deurwaardersexploot. En wel tot het uitroepen van de eerste rolzitting. Het kan dus ook als de dagvaarding al is aangebracht. In dat geval moet het gerecht gedaagde actief informeren over het verzetten van de eerste rolzitting. Dit is in lijn met de recente uitspraak van de Hoge Raad over de actieve mededelingsplicht bij anticipatie.3

Kan een gedaagde zich niet vinden in het verzetten van de eerste zittingsdatum, dan kan hij anticiperen of de dagvaarding aanbrengen. Als gedaagde anticipeert of de dagvaarding aanbrengt, dan kan eiser de aangezegde roldatum niet meer verzetten.

Mocht eiser de eerste roldatum keer op keer verzetten op een termijn dat anticipatie niet mogelijk is, dan zou gedaagde de mogelijkheid moeten hebben om de dagvaarding aan te brengen tegen één van de verplaatste rolzittingen. Een andere optie is dat eiser de eerste roldatum maar een maximum aantal keer, bijvoorbeeld drie keer, kan verzetten.

Deze column is afgesloten op 1 augustus 2023.

Citeertitel: J.M. Veldhuis, “Geef eiser het recht om aangezegde roldatum te verzetten“, BER 2023, afl. 6, p. 23-24.

%d bloggers liken dit: