Een deurwaarder verricht geen ambtshandeling met de betekening van een oproepingsexploot voor een procedure bij e-Court. Dit is het oordeel van de tuchtrechter[1]. Dit is in lijn met een eerder oordeel van de tuchtrechter uit 2011[2], maar is tegen het zere been van de Koninklijke Beroepsorganisatie voor Gerechtsdeurwaarders (‘KBvG’).

Voordat de spagaat van de KBvG aan bod komt, bespreek ik eerst het begrip ambtshandeling. Vervolgens komt de vraag aan de orde of elke deurwaardershandeling een ambtshandeling is. Tot slot benoem ik de spagaat van de KBvG.

 

Ambtshandeling

Het draait om het begrip ambtshandeling. Een definitie van dit begrip staat niet in de Gerechtsdeurwaarderswet. Deze wet zegt niet veel meer dan dat handelingen die als ambtshandeling worden aangemerkt een wettelijke basis moeten hebben. Vervolgens somt de Gerechtsdeurwaarderswet een aantal categorieën op.[3] Het ontbreken van een definitie zorgt voor discussie.

Is een handeling een ambtshandeling, dan heeft dat een aantal voordelen voor deurwaarders en hun klanten. Het eerste voordeel is dat de kosten van een ambtshandeling kunnen worden doorbelast aan de wederpartij. Denk hierbij aan de kosten van een executoriaal beslag of betekening van een dagvaarding. Het is vaste jurisprudentie dat het betekenen van een sommatie-exploot geen ambtshandeling is en die kosten blijven dus voor rekening van de schuldeiser.[4]

Een tweede voordeel is dat de deurwaarder voor ambtshandelingen de Basisregistratie Personen mag raadplegen om het adres te verifiëren. Dit voorkomt dat de deurwaarder het exploot openbaar moet betekenen (adres is onbekend) of aan het verkeerde adres betekent.

 

Elke handeling een ambtshandeling?

Gezien deze voordelen en om de rechtseenheid te bevorderen zou de KBvG dan ook graag zien dat het aantal ambtshandelingen wordt uitgebreid. Volgens de KBVG heeft de benarde financiële positie van veel deurwaarderskantoren[5] hier niets mee te maken. De KBvG lobbyde in 2014, in het kader van de wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet, voor uitbreiding van het aantal ambtshandelingen. Tevergeefs. Deze lobby was niet succesvol, omdat alleen nieuwe ambtshandelingen worden aangewezen als daarvoor een absolute noodzaak is en daarvan was geen sprake.[6]

De KBvG zat niet stil en gooide het over een andere boeg. In februari 2016 nam de ledenraad van de KBVG een beleidsnotitie aan met als veelzeggende titel “Elke handeling is een ambtshandeling”.[7] In deze notitie betoogt de KBvG waarom alle handelingen die een deurwaarder verricht ambtshandelingen zijn. Dit is opvallend, omdat de KBvG in november 2011 nog het standpunt huldigde dat de oproeping voor e-Court géén ambtshandeling is.[8]

 

Doordrammen

Probeert de KBvG met deze notitie toch nog om het begrip ambtshandelingen op te rekken? Volgens Wilbert van de Donk, voorzitter van de KBvG, is dat niet het geval. Toch heeft de KBvG de schijn tegen. In het wijzigingstraject van de Gerechtsdeurwaarderswet strandden pogingen daartoe. Het lag dan ook voor de hand dat de Minister de verordening niet zou goedkeuren[9] en dat is vermoedelijk de reden dat de KBvG koos voor een notitie en niet voor de koninklijke weg van een verordening. Hiermee wekt de KBvG op zijn minst de indruk dat zij haar zin probeert door te drijven.

Overigens is de status van een door de ledenraad goedgekeurde notitie niet dezelfde als die van een verordening. Volgens Hans Groenewegen, voorzitter van Deurwaardersbelangen.nu, heeft de notitie geen interne en externe werking, omdat de koninklijke weg niet is gevolgd. Deurwaardersbelangen.nu is, net als de KBvG, voorstander van uitbreiding van het begrip ambtshandelingen, maar meent dat de uitspraak van de tuchtrechter van 22 januari 2019 inhoudelijk juist is.

Of er op korte termijn een oplossing komt, valt te betwijfelen. Minister Dekker zegde in januari 2018 toe om met de KBvG in overleg te treden over de reikwijdte van het begrip ambtshandeling[10]. Het heeft lang geduurd, maar inmiddels lopen de gesprekken volgens Van de Donk.

 

Spagaat

De KBvG is zelf geen partij bij de tuchtprocedure en de Gerechtsdeurwaarderswet biedt de KBvG niet de mogelijkheid om zich te mengen in een tuchtprocedure. Van de Donk geeft aan dat de KBVG deze kwestie desondanks nauwlettend volgt.

De tuchtuitspraak van 22 januari 2019 is vooralsnog geen reden voor de KBvG om de notitie in te trekken. Nu zowel klager als de deurwaarder in hoger beroep zijn gegaan, is dat wellicht begrijpelijk. Misschien oordeelt de hogere tuchtrechter anders. Daar staat tegenover dat de KBvG hiermee verwarring in de hand werkt.

De spagaat van de KBvG is dat zij graag wil en meent dat alle exploten als ambtshandelingen moeten worden aangemerkt en dit ook aan haar leden (alle deurwaarders in Nederland) voorhoudt, maar dat de tuchtrechter en de Minister vooralsnog een andere mening hebben.

Wordt vervolgd.

=====

[1] Kamer voor Gerechtsdeurwaarders 22 januari 2019, ECLI:NL:TGDKG:2019:4. Het Advocatenblad berichtte hier over in haar nieuwsbericht van 24 januari 2019, Affaire rond e-Court krijgt staartje voor deurwaarders, . Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders.

[2] Kamer voor Gerechtsdeurwaarders 8 februari 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0533.

[3] Artikel 2 Gerechtsdeurwaarderswet. De tarieven van deze ambtshandelingen zijn vastgelegd in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (‘Btag’). Voor andere handelingen, zoals het sommatie-exploot, geldt geen vast bedrag.

[4] Kamer voor Gerechtsdeurwaarders 2 mei 2017, ECLI:NL:TGDKG:2017:57.

[5] K. Kuijpers, Th. Muntz en T. Staal, In naam van de Koning, De Groene Amsterdammer, 2018, nr. 48.

[6] Kamerstukken II 2014-15, 34047, nr. 3, p. 8-9.

[7] Elk exploot is een ambtshandeling, notitie februari 2016 (download). De subcommissie die de beleidsnotitie opstelde bestond uit mr. O.J.Boeder, W.W.M. van de Donk, J. Nijenhuis, G. Wind en mr. J.M. Wisseborn.

[8] De Gerechtsdeurwaarder 2010, nr. 6, p. 19.

[9] Artikel 82 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet.

[10] Kamerstukken II 2017-18, 29279, nr. 423, p. 4.