Het ligt voor de hand dat iemand die is veroordeeld voor terrorisme geen verklaring van geen bezwaar krijgt. Maar ook als het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens oplevert, zet dit een streep door je verklaring van geen bezwaar.

 

Beoordelingsperiode

Het doel van het veiligheidsonderzoek is om te beoordelen of iemand geschikt is om een vertrouwensfunctie uit te oefenen. Deze persoon mag geen bedreiging zijn voor de nationale veiligheid.

Het veiligheidsonderzoek richt zich op een bepaalde periode direct voorafgaand aan de aanmelding voor een veiligheidsonderzoek. Dit noemt men de beoordelingsperiode. Hoe lang de beoordelingsperiode is, is afhankelijk van het type veiligheidsonderzoek:

Type      Beoordelingsperiode

A           tien jaar

B            acht jaar

C            vijf jaar

Niet alleen de persoon die de vertrouwensfunctie gaat vervullen, wordt onderzocht. Ook zijn/haar partner of huisgenoot is onderwerp van het veiligheidsonderzoek. De beoordelingsperiode voor partners bedraagt vijf jaar voor alle typen onderzoek.

 

Samenwerking?

Betekent dit dat je nooit een vertrouwensfunctie kan vervullen als je de afgelopen jaren in het buitenland woonde? Het antwoord op deze vraag – en dat is een typisch ‘advocatenantwoord’ – is: dat hangt ervan af.

De AIVD voert de veiligheidsonderzoeken uit en mag alleen vertrouwen op informatie van landen waarmee Nederland informatie uitwisselt. En dat doet Nederland alleen met landen die de mensenrechten respecteren. Ook moet de veiligheidsdienst van deze landen voldoende professioneel en betrouwbaar zijn. Een ander aspect is dat er een voldoende democratische basis is. Het is bekend dat de AIVD niet samenwerkt met de veiligheidsdiensten uit landen als Turkije, Egypte, Marokko en Rusland. Is er een samenwerking, dan kan de AIVD alsnog beoordelen of iemand geschikt is voor de vertrouwensfunctie.

Ontbreekt een samenwerking, dan is er een probleem als iemand minimaal zes maanden aaneengesloten in het buitenland verbleef. Dit noemt men de ontbrekende periode. De AIVD kan de ontbrekende periode niet beoordelen en het veiligheidsonderzoek levert dan onvoldoende gegevens op. In dat geval concludeert de AIVD dat zij niet kan beoordelen of “de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende verplichtingen getrouwelijk zal volbrengen”. Het gevolg hiervan is dat men geen verklaring van geen bezwaar verleent of dat men deze intrekt.

Bij het lichtste veiligheidsonderzoek (type C) hoeft het ontbreken van voldoende gegevens geen aanleiding te zijn om de verklaring van geen bezwaar te weigeren of in te trekken.

 

Uitzondering

De AIVD heeft de bevoegdheid om een uitzondering te maken. De achtergrond hiervan is dat personen steeds vaker voor langere tijd in het buitenland verblijven voor werk, studie of toerisme.

Aan deze bevoegdheid zijn enkele voorwaarden verbonden. Ten eerste moet de persoon in kwestie (of diens partner) minimaal de helft van de beoordelingsperiode in Nederland, of een land waarmee de AIVD-informatie uitwisselt, hebben verbleven. Voor het andere deel van de beoordelingsperiode moet informatie worden aangeleverd over het doen en laten in dat land. De AIVD betrekt bij de beoordeling de bestemming, de reden van het verblijf in het buitenland, de duur en frequentie van het verblijf/de verblijven en de kwetsbaarheid van de vertrouwensfunctie.