Verrekening is de bevoegdheid om de ene vordering tegen de andere vordering weg te strepen voor het bedrag van de laagste vordering. Maar dit kan niet altijd. Slechts als de volgende voorwaarden is voldaan, kan er verrekend worden.

Voorwaarden

Volgens de wet mag er verrekend worden als is voldaan aan de volgende vier voorwaarden:

  1. partijen hebben over en weer vorderingen op elkaar en zij zijn jegens elkaar dus zowel schuldeiser als debiteur (wederkerig schuldenaarschap);
  2. de prestatie beantwoordt aan de schuld. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als beide partijen een geldvordering op elkaar hebben;
  3. de debiteur is bevoegd tot betaling van zijn schuld. Niet vereist is dat de schuld ook opeisbaar is. Een voorbeeld: ligt er ten laste van de schuldeiser beslag op de vordering, dan is de debiteur niet bevoegd tot betaling;
  4. De debiteur kan nakoming van zijn vordering afdwingen. Is de vordering niet opeisbaar, dan is zij ook niet afdwingbaar. Andere voorbeelden waarbij de vordering niet opeisbaar is, zijn als de schuldeiser zich terecht op een opschortingsrecht beroept en als de verbintenis voorwaardelijk is. Een verbintenis is bijvoorbeeld voorwaardelijk als Jan en Kees afspreken dat Jan de auto van Kees zal kopen voor € 7.000 als Kees dit jaar een baan krijgt in zijn woonplaats. De totstandkoming van de verbintenis is dus afhankelijk is van een toekomstige en onzekere gebeurtenis.
Aanvullend recht

De wettelijke regeling is van aanvullend recht. Dit betekent dat partijen andere voorwaarden voor verrekening kunnen afspreken of de mogelijkheid tot verrekening kunnen uitsluiten.

Hoe te verrekenen?

Als aan de voorwaarden voor verrekening is voldaan, wordt er verrekend doordat één van de contractspartijen aan de ander verklaart dat hij verrekent.

Gevolgen

Door verrekening gaan beide verbintenissen tot hun gezamenlijk beloop teniet, aldus artikel 6:127 lid 1 BW. Een voorbeeld:

Afgelopen weekend leende Jan aan Kees € 100, terwijl Kees vorige week de kosten van een voetbalkaartje van € 40 heeft voorgeschoten voor Jan. Jan en Kees hebben dus over en weer een vordering op elkaar. Als Kees aan Jan bericht dat hij zich beroept op verrekening, dan vallen beide vorderingen voor hun gezamenlijke beloop (€ 40) tegen elkaar weg. Dit betekent dat Jan nog een vordering van € 60 heeft op Kees en dat de vordering van Kees op Jan (de laagste vordering) is voldaan.