Voor burgerlijke (civiele) zaken regelt de Wet griffierechten burgerlijke zaken wanneer iemand wel en wanneer geen griffierecht hoeft te betalen. Niet iedereen is namelijk griffierecht verschuldigd.

Over de situaties dat geen griffierecht verschuldigd is, schreef ik al eerder een tweetal blogs. Het eerste blog heet Griffierecht: welke partijen betalen geen griffierecht?. Het tweede blog heeft als titel Griffierecht: voor welke proceshandelingen niet verschuldigd?

Tarieven griffierechten 2024

Eerste aanleg

Bij de rechtbanken zijn er twee categorieën griffierechten, namelijk voor de sector kanton en voor de sector civiel. Globaal kan je zeggen dat de sector kanton geldvorderingen tot € 25.000 behandelt. De sector civiel behandelt geldvorderingen van meer dan € 25.000. Meer informatie hierover lees je in mijn blog De competentiegrens: bij welke rechter moet je zijn.

In 2023 stegen de griffierechten niet. Komend jaar gebeurt dat wel. De stijging bedraag 1,83% ten opzichte van de tarieven van 2023.[1]

De griffierechten voor 2024 zijn voor de sector kanton en de sector civiel zijn:

Bron: Staatscourant 2023, nr. 35874

Hoger beroep

Voor alle vorderingen van meer dan € 1.750 kan je in hoger beroep gaan als je het niet eens bent met het vonnis van de rechter. In hoger beroep moeten alle procespartijen griffierecht betalen.

De griffierechten in hoger beroep bedragen voor 2024:

Bron: Staatscourant 2023, nr. 35874

Eiswijziging en griffierechten

Tijdens een procedure kan je je eis wijzigen. Dit kan van invloed zijn op de hoogte van het griffierecht dat je moet betalen. Meer informatie hierover lees je in mijn blog Eiswijziging: wat zijn de gevolgen voor het griffierecht?


[1] Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 826.