Het is Koningsdag en ik zit tegen de deadline van deze column aan te hikken. Zonder tompouce. Maar wel met een kop koffie. Waar ga ik het deze keer over hebben? Over de beperking van de omvang van processtukken in hoger beroep, had ik het de vorige keer al.[1] Dit is nog steeds actueel en in die kwestie dient op 26 mei 2021 een kort geding.

Of over de rechtstaat die steeds verder in verval geraakt dankzij de opeenvolgende kabinetten Rutte? Dat de rechtstaat er niet best aan toe is, blijkt niet alleen uit het feit dat advocaten daar steeds maar weer aandacht voor vragen en dat de toeslagenaffaire aantoont dat goede (gefinancierde) rechtsbijstand tegen onze overheid een must is. Ook ‘de andere kant van de tafel’ vraagt aandacht voor het herstel van de rechtstaat. De Raad voor de Rechtspraak verzond op 16 april 2021 een brief aan informateur Tjeenk Willink.[2] Hierin worden 10 aanbevelingen gedaan voor rechtvaardige, toegankelijke en transparante en fatsoenlijk gefinancierde rechtspraak.

De eerste aanbeveling ziet op rechtvaardige rechtspraak en behelst opheffing van het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet. Dit artikel bepaalt dat rechters niet in de beoordeling van grondwettigheid van wetten en verdragen mogen treden. Anders gezegd, de rechter mag niet beoordelen of een wet al dan niet in overstemming met de Grondwet is.

Dit ben ik van harte met de Raad voor de Rechtspraak eens. De afgelopen jaren lijkt de wetgevingskwaliteit achteruit te hollen en worden wetgevingsadviezen van onder andere de Raad van State steeds kritischer. Vervolgens gebeurt het steeds vaker dat deze kritische adviezen terzijde wordt geschoven, met als gevolg slechte c.q. slecht uitvoerbare wetgeving. Denk hierbij aan het Programma KEI – u weet wel dat prestigeproject dat miljoenen kostte en waarbij geen fatsoenlijk onderzoek was gedaan voordat men begon – en de schrijnende gevolgen van de Kinderopvangtoeslagaffaire. Het is zelfs zo erg dat de Raad van State op 19 april 2021 een brief aan minister-president Rutte stuurde met aanbevelingen ter bevordering van de wetgevingskwaliteit.[3] Nu maar hopen dat er wel wat wordt gedaan met deze adviezen…

Maar het is niet voldoende om ervan uit te gaan dat de wetgevingskwaliteit nu wel beter zal worden. Ten eerste is het maar de vraag of deze adviezen worden overgenomen en ten tweede maakt dit reeds bestaande slechte wetgeving niet beter. Daarom zou het goed zijn dat het toetsingsverbod wordt afgeschaft. Op die manier worden burgers beter beschermd tegen de gevolgen van slechte wetgeving (en tegen de overheid) en burgers kunnen dan eindelijk daadwerkelijk een beroep doen op hun grondrechten.

Wil dit effect hebben, dan is het ook van het grootste belang dat de sociale advocatuur in leven wordt gehouden. Immers, als burgers geen effectieve toegang tot de rechter hebben, dan blijft het toetsingsverbod de facto nog bestaan en blijft de rechtstaat in verval.

Citeertitel: J.M. Veldhuis, Schaf het toetsingsverbod af!, BER 2021, afl. 4, p. 21.


[1] J.M. Veldhuis, Doorlooptijden: advocaat los het op!, BER 2021, afl. 2, p. 23-24.

[2] Raad voor de Rechtspraak, brief 16 april 2021, https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/aanbevelingen-kabinetsbeleid-rechtspraak.pdf.

[3] Raad van State, brief 19 april 2021, https://www.raadvanstate.nl/publish/pages/123238/brief_aan_minister-president_aanbevelingen_ter_bevordering_van_de_wetgevingskwaliteit.pdf.

%d bloggers liken dit: