Een gerechtelijke procedure begint, behalve bij de rechtbank Midden-Nederland en de rechtbank Gelderland, met een dagvaarding of een verzoekschrift.

In dit blog leg ik uit hoe een dagvaarding is opgebouwd en wat er in een dagvaarding moet staan.

 

HEDEN DE

Bovenaan de eerste pagina staat de datum waarop de deurwaarder de dagvaarding heeft betekend.

 

OP VERZOEK VAN

Vervolgens worden de naam en het adres van de persoon of het bedrijf dat de dagvaarding heeft laten betekenen, vermeld; de eiser(es). Is het een natuurlijke persoon, dan kan je niet volstaan met het vermelden van de voorletters, maar moet je voornamen voluit vermelden.

Wordt een eiser bijgestaan door een advocaat of gemachtigde, dan vermeld je de naam en het kantooradres van je advocaat of gemachtigde. Eiser moet in Nederland woonplaats kiezen. Procedeert de eiser zelf, dan zal dit zijn eigen adres zijn. Heeft hij een advocaat of gemachtigde, dan wordt dit adres opgenomen in de dagvaarding.

 

HEB IK

Daarna zet de deurwaarder meestal zijn stempel. In de stempel staan de voornamen, achternaam en het kantooradres van de deurwaarder.

 

GEDAGVAARD

Vervolgens komen de naam en het adres van de persoon of bedrijf voor wie de dagvaarding bestemd is; de gedaagde. De deurwaarder zal vermelden aan wie hij een afschrift van de dagvaarding heeft gegeven of dat hij de dagvaarding heeft achtergelaten in een gesloten envelop.

 

OM

Natuurlijk staat in de dagvaarding waar en wanneer de eerste zitting plaatsvindt en hoe de gedaagde in het geding kan verschijnen. Bij zaken voor de kantonrechter kan de gedaagde in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde verschijnen. In zaken bij de rechtbank, sector civiel kan hij alleen verschijnen bij advocaat.

 

MET DE AANZEGGING DAT

Het volgende onderdeel is de ‘aanzegging’. In dit stuk tekst staat wat de gevolgen zijn als de gedaagde niet op de juiste manier in het geding verschijnt. Ook wordt vermeld of de gedaagde griffierecht verschuldigd is en als dat het geval is, wat de gevolgen zijn als hij het griffierecht niet tijdig betaalt. Verder wordt gedaagde gewezen op de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand (ook wel bekend als ‘toevoeging’). Als er meerdere gedaagden zijn, wordt nog vermeld wat er gebeurt als niet alle gedaagden in het geding verschijnen.

 

TENEINDE

Na al deze formaliteiten, volgt ‘het lichaam’ van de dagvaarding. In het lichaam worden de relevante feiten en omstandigheden weergegeven en onderbouwt en specificeert de eiser zijn vordering.

Het spreekt voor zich dat deze voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid moeten worden vermeld. Na dat de feiten zijn uiteengezet, wordt aangegeven wat op basis van deze feiten wordt gevorderd.

Een belangrijke verplichting is dat ook de bij de eiser bekende verweren van de gedaagde moet worden vermeld. Dit wordt de substantiëringsplicht genoemd.

Om je stellingen te bewijzen, zal je de relevante schriftelijke stukken, zoals een overeenkomst of factuur, bij de dagvaarding moeten voegen. Daarnaast is het raadzaam om een bewijsaanbod te doen. In het bewijsaanbod biedt je aan om bepaalde stellingen te onderbouwen door het horen van getuigen. Een bewijsaanbod moet voldoende concreet zijn: duidelijk moet zijn welke persoon iets kan verklaren over welke stelling. Een algemeen bewijsaanbod mag de rechter negeren.

 

MITSDIEN

De dagvaarding eindigt met het formuleren van de eis (het ‘petitum’). Het petitum moet aansluiten op wat in het lichaam van de dagvaarding staat.

Als de eiser gelijk krijgt van de rechter, dan zal de gedaagde veroordeeld worden conform wat in het petitum staat. Het is dus belangrijk dat het petitum juist en volledig is. Bijvoorbeeld: in het lichaam motiveer je dat de gedaagde ook rente verschuldigd is, maar je vergeet dit in het petitum te zetten. Win je de zaak, dan zal de rechter geen rente toewijzen.

Tot slot ondertekent de deurwaarder de dagvaarding en vermeldt hij zijn kosten.