In Nederland kan je in civiele zaken niet altijd in hoger beroep (appel) gaan. Dat kan meerdere oorzaken hebben. Eén van die oorzaken kan de appelgrens zijn.

De appelgrens houdt in dat je alleen in hoger beroep kan gaan als de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te oordelen meer dan € 1.750 bedraagt. De appelgrens is dus € 1.750.

Dit lijkt allemaal simpel, maar de afgelopen jaren  – maar ook zeer recent[1] – heeft de rechter zich hierover gebogen. Het is kennelijk toch lastiger dan gedacht.

 

Doel appelgrens

De ratio van de appelgrens is dat geen hoger beroep behoort open te staan in zaken waarvan het betrekkelijk geringe financiële belang niet opweegt tegen de tijd en kosten die gemoeid zijn met de behandeling van de zaak in hoger beroep.[2]

Bepalend is dus niet de vordering zoals die in hoger beroep wordt ingesteld, maar de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen. Dit betekent dat eiswijzigingen gedurende de procedure hierop van invloed zijn.

 

Wat valt er onder de € 1.750?

Welke posten zijn bepalend voor de vraag of de appelgrens is overschreden? Is dit enkel de hoofdsom of moet daarbij ook de incassokosten, rente en proceskosten worden opgeteld?

Van belang zijn de gevorderde hoofdsom, de gevorderde incassokosten en de gevorderde rente tot aan de dag waarop de dagvaarding in eerste aanleg is betekend.

Toekomstige rente en de proceskostenveroordeling tellen dus niet mee. Evenals gevorderde dwangsommen. De achterliggende gedachte hiervan is dat dwangsommen tot doel hebben het verzekeren van dat de uitvoering van het te wijzen vonnis en dat het niet de bedoeling is dat de dwangsommen ook daadwerkelijk worden verbeurd.[3]

Als de gedaagde partij een tegenvordering (reconventionele vordering) instelt, dan moeten beide vorderingen bij elkaar worden opgeteld. Voor de reconventionele vordering telt mee de gevorderde rente tot de dag dat de reconventionele vordering is ingesteld.

 

Onbepaalde waarde

Gaat het om een vordering van onbepaalde waarde, dan kan je niet in hoger beroep als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering niet meer bedraagt dan € 1.750. Dit laatste geldt niet als de wet anders bepaalt.

Een recente uitspraak over de vraag of een vordering van onbepaalde waarde de appelgrens heeft overschreden is hof ’s-Hertogenbosch 4 juni 2013, LJN CA2309.

 

Verstek

Laat de gedaagde verstek gaan in eerste aanleg, dan geldt de appelgrens niet, omdat de bij verstek veroordeelde gedaagde niet in hoger beroep kan komen. Hij zal verzet moet instellen. Meer over de verzetprocedure lees je hier.

 

Afsluiting

Het moment van dagvaarden kan van belang zijn voor de vraag of je het instellen van hoger beroep mogelijk is (rente). Net als het wijzigen van je eis tijdens de procedure. Door je hier bewust van te zijn, kan je hier je voordeel mee doen. Bijvoorbeeld door ervoor zorgen dat jezelf in hoger beroep kan of dat je wederpartij (en daarmee jij ook) juist niet in hoger beroep kan.


 

[1] Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, LJN CA2236 en Hof ’s-Hertogenbosch 4 juni 2013, LJN CA2309.

[2] HR 16 maart 2007, NJ 2007/637 (m.nt. H.J. Snijders).

[3] Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, p. 457.

 

%d bloggers liken dit: