Heb je een lening en betaal je je aflossing of rente niet, dan is de kredietverstrekker wettelijk verplicht dit te melden bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel. In dit blog leg ik uit welke stappen je kan ondernemen om die negatieve registratie door te laten halen.

In een eerder blog schreef ik al over het doel en nut van het BKR en welke soorten negatieve registraties er zijn. Dit blog lees je hier.

Een negatieve registratie kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je aanvraag voor een persoonlijke lening of een hypotheek wordt afgewezen. Vaak zal dat terecht zijn, maar in sommige gevallen ook niet. Meen je dat de negatieve registratie je onevenredig zwaar treft, dan kan je je kredietverstrekker verzoeken om deze te verwijderen. Je zal daarbij wel gemotiveerd moeten aangeven waarom je van mening bent dat in jouw geval de registratie onredelijk is en dat deze moet worden doorgehaald.

Kom je er niet uit met je kredietverstrekker, dan kan je je verzoek aan de rechter voorleggen. Hiervoor bestaat een speciale procedure die is vastgelegd in artikel 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens (‘Wbp’).

De procedure

Deze procedure begint met het indienen van een verzoekschrift. Hierin geef je aan om welke negatieve registratie(s) het gaat, waarom je deze verwijderd wil hebben en waarom de kredietverstrekker je verzoek heeft afgewezen.

Let op, het verzoekschrift moet binnen zes weken na ontvangst van de afwijzing door de kredietverstrekker zijn ontvangen door de rechtbank. Van deze termijn kan je geen uitstel krijgen en kan ook niet ‘verlengd’ worden door bij de kredietverstrekker opnieuw een verzoek tot verwijdering in te dienen. Bij deze procedure hoeft je je niet verplicht bij te laten staan door een advocaat. Al is dat vaak wel verstandig.

Na ontvangst van het verzoekschrift zal de rechtbank deze aan de kredietverstrekker toesturen en een datum voor de mondelinge behandeling bepalen. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling kan de kredietverstrekker een verweerschrift indienen, waarin zij aangeeft waarom de negatieve registratie niet moet worden verwijderd.

Tijdens de mondelinge behandeling mogen partijen hun standpunten bepleiten en is er ruimte voor discussie. Nadat de rechter de mondelinge behandeling heeft gesloten zal hij – over het algemeen – binnen zes weken uitspraak doen.

De beoordeling

In de zaak Santander oordeelde de Hoge Raad dat de rechter niet alleen moet kijken of de kredietverstrekker de regels voor registratie keurig gevolgd heeft, maar dat ook een belangenafweging moet worden gemaakt.

De belangenafweging ziet op de belangen van enerzijds de consument (jij dus) en anderzijds een goed werkend BKR-systeem, te weten (i) het behoeden van consumenten voor overkreditering en andere financiële problemen en (ii) het beperken van financiële risico’s voor kredietverstrekkers bij kredietverlening en het bestrijden van misbruik en fraude.

Bij de belangenafweging moeten alle relevante feiten en omstandigheden die partijen hebben aangedragen, worden meegewogen. Een voorbeeld: was er sprake van een kleine achterstand die snel werd betaald, dan is de kans groter dat het verzoek wordt toegewezen dan als sprake is van een langdurig incassotraject voor een groot bedrag, waarbij meerdere regelingen niet zijn nagekomen.

Hoger beroep

Ben je het niet eens met het oordeel van de rechter, dan kan je in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Dit moet binnen drie maanden na de datum van de uitspraak (‘beschikking’) van de rechter.

In hoger beroep moet je je verplicht laten bijstaan door een advocaat (verplichte procesvertegenwoordiging). De advocaat ondertekent en dient het beroepschrift in bij het gerechtshof.

Spoedeisend belang

Soms is het van het grootste belang om op korte termijn een uitspraak te krijgen van de rechter. Hierbij kan je denken aan de volgende situatie:

Je hebt een voorlopig koopcontract voor een woning getekend, maar vanwege negatieve BKR-registraties kan je geen hypotheek krijgen. Als je niet binnen twee weken de financiering rond hebt, ben je een boete verschuldigd van € 25.000.

In dit geval is de verzoekschriftprocedure van artikel 46 Wbp niet geschikt, omdat je dan nooit op tijd een beschikking hebt. De verzoekschriftprocedure kent geen snelle variant. Waarschijnlijk heeft de mondelinge behandeling nog niet eens plaatsgevonden op het moment dat de boete verschuldigd is.

Je hebt in ons voorbeeld een spoedeisend belang en dat betekent dat een kort gedingprocedure – die begint met een dagvaarding en waarbij verplichte advocaatvertegenwoordiging geldt voor de eiser – de aangewezen weg is.

Alternatief

Een alternatief voor de verzoekschriftprocedure is de procedure bij Geschillencommissie BKR. De regels voor die procedure vind je in het Algemeen Reglement Geschillencommissie.

Twee van de voorwaarden waaraan je moet voldoen, zijn:

  • binnen 12 maanden nadat je weet of had kunnen weten dat je wordt benadeeld door de negatieve registratie(s) moet je aan de bel hebben getrokken bij je kredietverstrekker of het BKR;
  • binnen twee maanden na het afwijzen van je verzoek tot verwijdering moet je de procedure bij de Geschillencommisie BKR aanhangig hebben gemaakt. In vergelijking tot de verzoekschriftprocedure van artikel 46 Wbp heb je dus twee weken langer de tijd.